Uniek was het aantal niet maar de 31 doelpunten uit de eerste helft waren zonder meer opmerkelijk. Blauw Wit leidde op de helft met 13-18 en vooral die hoeveelheid uitdoelpunten sprong in het oog. TOP had pech dit Blauw Wit van de eerste helft te treffen. De thuisploeg kwam via Bregtje van Drongelen snel op 1-0 maar daarna bepaalden de Amsterdammers veelal de score. Tot 8-8 kon TOP nog volgen maar in de twaalf minuten daarna was Blauw Wit onnavolgbaar met tien treffers.
In plaats van het scoreverloop zelf was het interessanter naar de verdeling van de doelpunten te kijken. Beide teams hadden twee vakken die de meeste treffers produceerden. Het eerste aanvalsvak van TOP kwam tot negen, waaronder zes van Bregtje van Drongelen en bij Blauw Wit kwam het tweede aanvalsvak tot elf, waaronder vijf goals van Gerald van Dijk.
Dat betekende dat het andere TOP-vak slechts vier keer scoorde en daarin lag zeker een zwak punt. TOP miste een aantal kleine kansen en dat veroorzaakte de ruime achterstand bij rust. Alleen was de vraag ook op zijn plaats hoeveel de ploeg van Hans Heemskerk werkelijk fout had gedaan met dertien treffers.
Dat bewees ook de reactie van Steffen Pang. “Wij speelden verreweg onze beste eerste helft van dit seizoen. Er lukte veel en we haalden een hoog percentage. Het enige was het aantal tegengoals; die dertien waren er net te veel.”
Zo slecht had TOP het blijkbaar dus niet gedaan. Er gingen iets te veel kansen mis maar dat viel dan voornamelijk op in vergelijking met het ongenaakbare Blauw Wit. Het gevaar kwam bij die ploeg van alle kanten. Het eerste Amsterdamse aanvalsvak scoorde dan wel ‘maar’ zeven keer maar wel via alle spelers. Bovendien scoorden die op de uitgelezen momenten. Marc Broere (8-9, 8-10) en Rosanne Smit en Steffen Pang (10-15 en 10-16) haalden twee keer de volle score in een aanvalsbeurt en Smit maakte ook nog de 13-18. De scores waren geen gelukjes maar schitterende, nauwelijks te verdedigen schoten. Tegen dit Blauw Wit van de eerste helft had geen enkele andere ploeg het veel beter gedaan.
Die kracht was gelijk ook de zwakte van de ploeg van Jan Niebeek. “We wisten dat Blauw Wit dit niet kon volhouden”, zei Bregtje van Drongelen”. Bij dat tempo zouden zij boven de 35, misschien wel 40 goals uit gaan komen en dat was onwaarschijnlijk. We moesten enigszins in de buurt blijven en dat hebben we redelijk gedaan”. Van Drongelen zelf speelde daarin trouwens een grote rol met zes goals in de eerste helft die net zo zuiver waren als de meeste Blauw Wit-doelpunten.
Van Drongelen kreeg gelijk. Met slechts twee goals in de eerste tien minuten na rust verspeelde Blauw Wit de riante positie en zag TOP naderbij komen. Die minuten later was de stand weer gelijk. Sander Harmzen schoot TOP naar 20-21 en 21-21 waarop Leon Braunstahl (2x) de stand zelfs op 23-21 bracht. Nog twee keer lukte het TOP daarna op twee punten verschil te komen (25-23, 27-25) maar Blauw Wit kwam telkens terug. Op die stand had TOP een lange aanval waarin het vier keer een bal uit de korf zag draaien en een zeker lijkende strafworp (Leon Braunstahl werd in zijn rug gelopen bij een vrije bal) misliep. Ruud Willemsen schoot Blauw Wit daarop naar 27-28 en met dat verloop was de spanning goed geïllustreerd. Een prachtig afstandschot in de voorlaatste minuut van Leon Braunstahl (zijn zevende goal na rust) zorgde voor de 28-28, wat ook de eindstand zou worden.
“We kwamen iets te slap uit de kleedkamer”, verklaarde Steffen Pang het zwakke begin van zijn ploeg na de rust. TOP was beter in de tweede helft en ik denk dat het daarom een terechte uitslag is. In ieder geval was het een leuke wedstrijd”.
TOP blijft op de teletekstpagina in het ‘linkerrijtje’ staan, Blauw Wit net in het “rechter”. Het verschil met de onderste plaats is echter beduidend kleiner dan met de bovenste. Na zes wedstrijden verloopt de competitie net zo boeiend als de besproken wedstrijd.